Je huurverhoging is hoger dan bij de buren
Je woont in een sociale huurwoning en de brief over de jaarlijkse huurverhoging valt hoger uit dan je verwachtte. Je buren krijgen het gewone percentage, jij krijgt een vast bedrag erbij. Bij de brief zit een formulier van de Belastingdienst met de tekst "inkomensindicatie". Dan gaat het om een inkomensafhankelijke huurverhoging.
Die regeling bestaat alleen in de sociale huur, en alleen voor zelfstandige woningen. Woon je op een kamer, in een middenhuurwoning of in de vrije sector, dan kan je verhuurder je inkomen niet gebruiken om de huur extra te verhogen.
Hoe de regeling werkt
De verhuurder vraagt bij de Belastingdienst op of het huishouden op jouw adres boven een bepaalde inkomensgrens zit. Hij krijgt geen bedrag te zien, alleen in welke inkomensgroep je valt. Zit je boven de grens, dan mag hij in plaats van het gewone percentage (4,1% in de ronde van 1 juli 2026) een vast bedrag vragen. In die ronde is dat € 50 of € 100 per maand, afhankelijk van hoe hoog het inkomen is.
De Belastingdienst kijkt naar het inkomen van twee jaar eerder, van iedereen die op je adres staat ingeschreven. Van inwonende kinderen jonger dan 23 telt alleen het deel boven een vrijgesteld bedrag mee. Daardoor kan de indicatie achterlopen op je echte situatie. Juist daar zit vaak de ruimte voor bezwaar.
De inkomensgrenzen veranderen elk jaar. Ter illustratie: bij de verhoging van 1 juli 2026 telde het inkomen over 2024. Een eenpersoonshuishouden boven € 70.149 kon toen € 100 extra krijgen, tussen € 59.504 en € 70.149 hoogstens € 50. Voor meerpersoonshuishoudens lagen de grenzen op € 68.858 en € 93.531. De grenzen van het lopende jaar staan op de site van de Huurcommissie.
Ook met een hoger inkomen geldt de gewone bovengrens. De huur mag na de verhoging niet hoger worden dan de maximale huur bij de punten van je woning. Hoeveel punten je woning heeft, zie je in de Huurcheck.
Wanneer bezwaar zin heeft
Er zijn vier situaties waarin je de extra verhoging met succes kunt aanvechten.
- Je inkomen is gedaald. Lag het huishoudinkomen in het jaar vóór de verhoging onder de grens, dan mag de verhuurder het hogere bedrag niet vragen. Bij de ronde van 1 juli 2026 ging het dus om het inkomen over 2025. Denk aan iemand die minder is gaan werken, of die in het indicatiejaar een eenmalige ontslagvergoeding kreeg.
- De indicatie klopt niet meer, bijvoorbeeld omdat een huisgenoot of volwassen kind met een goed inkomen is verhuisd. De verhuurder moet dan een nieuwe indicatie opvragen.
- Er zat geen inkomensindicatie bij de brief. Zonder dat stuk is het voorstel niet compleet, al mag de verhuurder de indicatie alsnog nasturen.
- Iemand in je huishouden is chronisch ziek of gehandicapt en valt onder de groep die de overheid daarvoor heeft aangewezen. Dat is bijvoorbeeld zo bij iemand die al minstens een jaar tien uur per week of meer thuiszorg krijgt, bij een woning die via de Wmo is aangepast, of als een bewoner blind is.
Bij een gedaald inkomen bewijs je dat met een inkomensverklaring van de Belastingdienst over dat jaar, ook wel IB60 genoemd. Die vraag je aan via Mijn Belastingdienst of de BelastingTelefoon. Doe dat op tijd, want je bezwaar moet vóór de ingangsdatum bij de verhuurder zijn.
Een voorbeeld
Sanne woont alleen en betaalde in juni 2026 € 800 kale huur. Over 2024 had ze een hoog inkomen, omdat ze toen een bonus en een ontslagvergoeding kreeg. Haar corporatie stelde daarom per 1 juli 2026 € 100 extra voor: een nieuwe huur van € 900. In 2025 werkte ze vier dagen en verdiende ze € 52.000, onder de grens.
Sanne stuurde half juni een bezwaar met haar inkomensverklaring over 2025. De corporatie mocht toen hoogstens de gewone verhoging van 4,1% vragen: € 32,80 erbij, een huur van € 832,80. Het verschil met het voorstel was € 67,20 per maand, ruim € 800 per jaar.
Zo maak je bezwaar
Je bezwaar gaat naar je verhuurder, niet naar de Huurcommissie. Schrijf erin om welke woning en welke verhoging het gaat, waarom je bezwaar maakt en welke bewijsstukken je meestuurt. De Huurcommissie heeft daar een modelbrief voor. Stuur het per mail met een leesbevestiging of aangetekend, en bewaar het bewijs dat het vóór de ingangsdatum binnen was.
Betaal daarna de oude huur door en zet het verschil apart. Is de verhuurder het met je eens, dan krijg je een nieuw voorstel, meestal met het gewone percentage. Is hij het niet eens, dan moet hij zelf binnen zes weken na de ingangsdatum de Huurcommissie inschakelen. Krijgt de verhuurder daar gelijk, dan betaal je de verhoging met terugwerkende kracht en € 25 kosten.
Wat verhuurders vaak terugschrijven
"De Belastingdienst heeft uw inkomen vastgesteld, daar kunnen wij niets aan doen." Dat klopt niet helemaal. De indicatie zegt iets over het inkomen van twee jaar eerder. Een lager inkomen in het jaar daarna is een wettelijke reden om de extra verhoging te weigeren. Wijs daarop en stuur de inkomensverklaring nog een keer mee.
"Uw zoon woont er nog." Klopt de inschrijving bij de gemeente niet meer, laat die dan eerst aanpassen. De Belastingdienst kijkt naar wie er ingeschreven staat, niet naar wie er echt woont.
Wie geen bezwaar maakt en de nieuwe huur betaalt, gaat in de sociale huur akkoord. Twijfel je, reken dan eerst na met de huurverhoging-check en lees hoe je bezwaar maakt tegen je huurverhoging.